Ze doen hun best. Ze doen het goed en wat er ook over pubers verteld wordt, nu ben ik blij dat ik er zo nu en dan een paar uur mee opgescheept zit. Ook al komen ze altijd te laat in de les, of helemaal niet, zonder verwittigen. Ook al zijn ze altijd moe en mistroostig, weeral verkouden, hebben ze keelpijn, gesprongen lippen en kunnen ze daarom niet luid praten of articuleren want ze krijgen hun mond niet open. Ook al zijn ze om 12 uur 's middags pas uit hun bed en daarom stijf of slap of niet in staat welke inspanning ook te verrichten. Ook al krijg ik ze veelal als slome depressieve vodjes voor mijn deur die me dan verwonderd, vantussen hun haargordijnen, met kleine oogjes zorgelijk aankijken omdat ik weeral "precies zo welgezind, mevrouw, zo fit, zo ver-moei-end opgewekt" blijk te zijn, omdat ik nog steeds met mijn vingertoppen aan de grond kan en zo luid praat dat hun oren ervan pijn doen. Ook al lijkt alles voor hen onmogelijk, niet te doen, zo moeilijk, vermoeiend, lastig of belachelijk, toch doen ze het, wat van veel volwassenen niet kan gezegd worden. Ze zwijgen ook, discussiƫren niet over ieder woord dat gezegd wordt, nemen je kwade, ongeduldige buien erbij en weten het zelden beter. Ze nemen veel aan, bijna alles, slorpen het op en gebruiken het, verwerken het zodat ze je na een jaar werken toch verbazen met alles wat er niet leek in te zitten en toch naar buiten komt. Dan zijn ze trots, content, maar niet overmoedig of pronkerig, gewoon tevreden.
Zo zijn ze.
Pubers.
Ik heb ze graag, (behalve dan de arrogante, verwende moederskindjes, die na iedere opmerking huilend aan mamie's rokken gaan hangen tot ze de telefoon neemt en mij doodverbaasd vraagt waarom haar dochter/zoon niet de beste van de klas is. Maar zoveel gebeurt dat niet en als het gebeurt vind ik het ook wel een kostelijke belevenis.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten