zondag 26 november 2006

Ik had me mijn loopbaan helemaal anders voorgesteld, maar dat zal wel zo zijn voor de meesten van ons. Toen ik afstudeerde als 'meester in de dramatische kunsten' (kortweg actrice) dacht ik er niet aan om in soaps mee te spelen of laat staan mijn gezicht te verkopen voor reclamefilmpjes. Ik wou alleen artistiek verantwoord, professioneel kwaliteitswerk doen. Binnen de twee jaar al verloochende ik mezelf voor het vuige geld, het broodnodige geld, maar vooral voor de broodnodige ervaring. De kans dat je meteen aan de betere televisieprogramma's mag meedoen is slechts voor een handvol actrices weggelegd, maar er zijn er 100en die het zo graag willen. Ik ook. Ik hou er van om voor een camera te acteren dus liet ik me vrij snel overhalen en zocht er de gepaste argumentatie bij: 'Beter dat dan doppen en op kosten van anderen te moeten leven; Als ik moet schoonmaken of opdienen dan kraait er geen haan naar, maar toch maar liever in een soap of iets dergelijks spelen en er nog iets van leren, ook al ziet de rest van Vlaanderen mij afgaan.' Kortom: 'Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.' Maar waar ligt de grens? Hoe bepaal ik die voor mezelf? Wanneer maak ik me echt onomkeerbaar belachelijk? Ik pieker er mijn hoofd tot barstens toe op. Eén keer kreeg ik de kans om op een ongelooflijk stompzinnige manier 'fantastisch!' te roepen met in mijn handen een steriel glimmende ovenschaal. Toen ze me belden dat ik gecast was, maar dat ze me nog eens wilden zien betrapte ik mezelf erop dat het kleinste uitvlucht goed genoeg was om niet te gaan. Zo zou ik mezelf niet voor de keuze moeten zetten. Dat uitvlucht heb ik dan ook gevonden. De tweede keer lieten ze me een contract tekenen waarin ik de toelating gaf om onder mijn Colgate-glimmende-tanden-grijns mijn eigen naam te laten zetten mét mijn beroep. Dat laatste zou wel iets anders moeten zijn dan actrice, want de mensen geloven actrices niet... Ik ben het afgetrapt en was er een dag niet goed van: twee dagen betaald reizen naar Praag en een dubbel maandloon moest ik door mijn principes laten varen en er kwam niets voor in de plaats behalve mijn dierbaar restje eergevoel. Gisteren vroegen ze me het weer: een casting voor een wasprodukt. Dat zou - zoals in alle andere typische wasprodukten-reclamefilmpjes - het belangrijkste probleem in een vrouwenleven worden en de mooie kleuren van haar kleren. Ik heb er uren over gedaan, werd er ongelukkig van, heb mezelf met alle mogelijke voor- en tegenargumenten bekogeld om die ene zin richting castingbureau te sturen: "nee, ik doe het niet." omdat ik mezelf nog een beetje in de spiegel zou kunnen bekijken zonder in een schaterlach uit te barsten: "Kijk, die dwaze van Woolite!"
Maar toch voel ik mij er geen beter mens door, armer wel.
Het is een onrechtvaardige keuze.

donderdag 16 november 2006



Pure schoonheid, goddelijk meesterschap vind ik de films van Zhang Yimou, nog steeds.  Net als 13 jaar geleden, toen ik een onderwerp voor mijn thesis zocht, is elke film als thuiskomen voor mij, zoals de muziek van Kate Bush. Daaraan kan niets in wezen tippen. Dat kan niemand nadoen. Dat is onvervangbare mystiek voor mij. Soms vergeet ik hen wel, mijn grote liefdes. Er is zoveel dat boeit en ik groei in smaak, net als iedereen, maar op onbewaakte momenten vallen ze mij geruisloos als herfstblaren voor de voeten en steeds opnieuw staat alles dan stil in mij. Mijn zintuigen gefocust, als in extase, op hun geschenken aan de mensheid. Gisteren was zo'n moment: half dood, met één oog nog wakker lag ik zappend in de zetel. Een zucht kwam langs het scherm de kamer binnen: 'Hero' van Zhang: toverbeelden, pure schoonheid, een druppel bloed in witte sneeuw, ruisende sluiers in een tempel van stilte en toen, daar middenin:  VT4 en een halfnaakte opgehitste brunette in nepwater !  Ze sneed er dwars doorheen en sloeg met haar geile blik reclame als een volle vuistslag in mijn gezicht. Oe is dat meueueuegelijk ?

dinsdag 7 november 2006

Ze was er al van bij het begin niet gerust in, de reuzendirectrice, rechtstreeks uit het boek 'Mathilde' van Roald Dahl gestapt: even angstwekkend en even lelijk. Ik bijgevolg ook niet. Mensen met angst voor het onbekende kan je niet tevreden stellen en dat was ook zo. 

140 kleuters moesten op de grond op het podium zitten met in hun vizier: de zaal, hun mama's, hun papa's, hun opa's en zwaaiende oma's. Ze huilden, strekten hun handjes uit of klampten zich vast aan de juffen. Die vonden het 'stom', nog voor ik één woord had gezegd. Ze hielden er niet van om op die manier de Sint te vieren en ik bijgevolg ook niet. Mensen die misnoegd zijn, nog voor iets begint kan je niet tevreden stellen en dat was ook zo.
Na een speech over het groeiende kleuteraantal, over de bouw van de zaal mocht ik beginnen als reisleidster van de Sint en het lukte. De ouders lachten met mijn groene piet, ('de ecopiet' die nooit door de schoorsteen kruipt, maar altijd in het gras ligt) en met de grappige opmerkingen van hun nageslacht. De kindjes dansten en zongen mee. (diegenen die dat al konden, de anderen huilden verder.)

Maar toen ik een kleine jongen met een gouden kroon, grote blauwe, natte ogen en een beteuterd gezicht zag zitten stelde ik voor om hem, als jarige, het eerste cadeautje te geven. De Sint verroerde geen vin, was niet geprogrammeerd op verroeren en de olifant-directrice knikte 'nee'. 't Kon niet. Ook dit had de kolos niet verwacht. 't Moest voor iedereen gelijk, geen uitzonderingen. Doe alstublieft normaal. Wees Vlaams en degelijk. Eerst kwantiteit dan kwaliteit ook al vallen we straks bij bosjes van deze aardkloot. Achteraf een koele handruk en zelfs geen 'bedankt'. Oerdegelijke prestigetrut

zondag 5 november 2006

Het werkt altijd: "om ter eerst naar boven, om ter eerst kleren aandoen, om ter eerst in bed". Het bereidt hen voor op een competitieve wereld en het bespaart ons een hoop ongeduld en gezaag. Kinderen kennen geen haast, mijn kinderen toch niet en ik wil hen dat ook besparen, maar soms kan het niet anders. Soms wil ik, al was het maar voor even, op mijn ritme de dingen doen: om ter eerst. Toen meisje Moyra zich als een slak, trap op, trap af naar boven begaf sprak ik het magische woord uit: "om ter eerst in bed". Ze spurtte de trap op en kraaide het uit: "gewonnen!", maar ik vind dat je ze nu ook niet altijd moet laten winnen. Daarom liep ik langs haar voorbij, gooide mij in haar bed en riep triomfantelijk: "nee! ik ben gewonnen!" Haar gezicht veranderde op onweer en ze plengde hete tranen: "neeee! jijengeeneisje"
"wat zeg je?"
"Jijengeeneisje!"
"geen meisje?"
"Neeee! Jij bent geen klein meisje!"
...
Ze had zoveel gelijk dat ik er nog beschaamd om ben.

donderdag 2 november 2006

Vakantie. Mijn hoofd zit vol. Er kan niets meer bij. Mijn emmer ook. Elke druppel van een willoos, stout kind is genoeg om mijn balans op negatief te zetten en dat duurt tot ik mezelf een opkikker geef: een nieuwe rok, een nieuw kapsel, een avondje uit. Zoveel rokken en kapsels en avondjes zijn er nog niet geweest. Wel veel druppels. Ik wou dat ik weer creatief kon zijn, dat de verhalen weer de weg in mijn hoofd konden vinden, maar mijn hoofd zit vol. Zwarte wolken. Er is de was, de kuis, het stof, de onthaalmoeder, de babysit, de kleren, de  teksten, de liedjes voor alle tonelen die ik nu dwars dooreen, tergelijkertijd aan't spelen ben, de lesvoorbereidingen, de kerst, de nieuw, de Sint, de Piet, die bestaat niet en boelaboelaboela tatatat, nie wenen, nie wenen, 't is nie erg, laat dat los, laat dat los zeg ik je. Godverdomme !

"papa!"

"ja, meisje?" 
 
"mama, heef gofedomme gezeg. Da mag nie é?"