dinsdag 31 januari 2006
De dagen zitten vol. Elke avond vallen we hier als blokken in slaap en toch heb ik het gevoel niets te doen, stil te blijven staan met als belangrijkste activiteit het schrappen van de dag op de kalender: een dag minder te dragen, een dag dichterbij, een dag verder, een dag gedaan, fini, komt nooit meer terug en als ik genoeg geschrapt zal hebben begint een nieuw leven: een slank leven, een leven met twee kinderen, een leven met een zoon, een leven waarin ik zal weten hoe die geboorte zal verlopen zijn, een leven voorbij de grote pijn want 't zal zeer doen. Dat weet ik. Probeer me niet te sussen.
maandag 30 januari 2006
Ze doen hun best. Ze doen het goed en wat er ook over pubers verteld wordt, nu ben ik blij dat ik er zo nu en dan een paar uur mee opgescheept zit. Ook al komen ze altijd te laat in de les, of helemaal niet, zonder verwittigen. Ook al zijn ze altijd moe en mistroostig, weeral verkouden, hebben ze keelpijn, gesprongen lippen en kunnen ze daarom niet luid praten of articuleren want ze krijgen hun mond niet open. Ook al zijn ze om 12 uur 's middags pas uit hun bed en daarom stijf of slap of niet in staat welke inspanning ook te verrichten. Ook al krijg ik ze veelal als slome depressieve vodjes voor mijn deur die me dan verwonderd, vantussen hun haargordijnen, met kleine oogjes zorgelijk aankijken omdat ik weeral "precies zo welgezind, mevrouw, zo fit, zo ver-moei-end opgewekt" blijk te zijn, omdat ik nog steeds met mijn vingertoppen aan de grond kan en zo luid praat dat hun oren ervan pijn doen. Ook al lijkt alles voor hen onmogelijk, niet te doen, zo moeilijk, vermoeiend, lastig of belachelijk, toch doen ze het, wat van veel volwassenen niet kan gezegd worden. Ze zwijgen ook, discussiëren niet over ieder woord dat gezegd wordt, nemen je kwade, ongeduldige buien erbij en weten het zelden beter. Ze nemen veel aan, bijna alles, slorpen het op en gebruiken het, verwerken het zodat ze je na een jaar werken toch verbazen met alles wat er niet leek in te zitten en toch naar buiten komt. Dan zijn ze trots, content, maar niet overmoedig of pronkerig, gewoon tevreden.
Zo zijn ze.
Pubers.
Ik heb ze graag, (behalve dan de arrogante, verwende moederskindjes, die na iedere opmerking huilend aan mamie's rokken gaan hangen tot ze de telefoon neemt en mij doodverbaasd vraagt waarom haar dochter/zoon niet de beste van de klas is. Maar zoveel gebeurt dat niet en als het gebeurt vind ik het ook wel een kostelijke belevenis.)
Zo zijn ze.
Pubers.
Ik heb ze graag, (behalve dan de arrogante, verwende moederskindjes, die na iedere opmerking huilend aan mamie's rokken gaan hangen tot ze de telefoon neemt en mij doodverbaasd vraagt waarom haar dochter/zoon niet de beste van de klas is. Maar zoveel gebeurt dat niet en als het gebeurt vind ik het ook wel een kostelijke belevenis.)
donderdag 26 januari 2006

Ha! Een gewaardeerde vrouw is er twee waard, dus loop ik nu met mijn drieën rond. Een half jaar geleden heb ik een kortverhaal ingestuurd naar 'de Tijdlijn' (een tijdschrift) om deel te nemen aan 'de Prijs voor de Nederlandstalige fantastische literatuur 2005'. Veel had ik daar, bij nader inzien, niet van verwacht want uit de luttele informatie die ik over dat tijdschrift kreeg ging het vooral over ufo's en dergelijke terwijl mijn verhaal een sprookje voor grote mensen is, poëtisch, absurd, een beetje autobiografisch.
Vandaag kreeg ik per e-mail de uitslag van de jury. Eén jurylid had mijn verhaal op de tweede plaats gezet, één op de derde, één op de zevende en over die twee andere pipo's ga ik niet uitweiden want ze hebben er geen verstand van. (Door hun lage quotering sta ik toch op de 11de plaats van de 20 gekwalificeerde inzendingen..) Dat is goed, vind ik, heel goed. Dat wil zeggen dat die twee juryleden mijn verhaal hebben gelezen, het naast die twintig andere verhalen hebben gelegd en het bijna het beste vonden! Dat wil ook zeggen dat die twee andere pipo's het bar slecht vonden, maar dat is beter dan gemiddeld, toch? Wie wil nu gemiddeld zijn, gewoon 'goed', grijs? Ikke nie en ik ben content. Ik ga een dansje doen.
dinsdag 24 januari 2006
mooi:
-
We eten decadente, lekkere witte pensen. Moyra wil zalm of biefstuk of olijven of kaasje of koek, maar geen decadente, lekkere witte pens. Ze neemt een hap, bijt er even in en spuugt hem, half gekauwd, terug. Dat herhaalt ze drie keer en dan is het genoeg: "Moyra, dat is niet flink! Dat is onbeleefd" zegt papa boos. Ze kijkt hem guitig, glimlachend, met spleetoogjes aan alsof hij een baby is en zij de mama. Ik proest het uit, maar omdat dat pedagogisch niet verantwoord is en slecht voor het vaderlijk gezag doe ik, als volleerde actrice, alsof ik ween. Papa zegt: "kijk nu, mama weent omdat jij zo onbeleefd bent." Moyra kijkt me verwonderd aan en zegt dan: "ma neeeee papa, mama lache doen!" Probeer dan eens een kind op te voeden...
- Ik lig languit in bad, zalig te niksen, zalig te genieten van gewichtloosheid. Moyra zit naast me met dinosaurussen te spelen. "Een koffietje zou me nu wel bevallen" murmel ik halfluid. Zij spitst haar oren, kijkt gebiedend naar de deur en schreeuwt: "papaaaaaa, mama koffie brenge !!!"
Dat kind is al opgevoed!
We eten decadente, lekkere witte pensen. Moyra wil zalm of biefstuk of olijven of kaasje of koek, maar geen decadente, lekkere witte pens. Ze neemt een hap, bijt er even in en spuugt hem, half gekauwd, terug. Dat herhaalt ze drie keer en dan is het genoeg: "Moyra, dat is niet flink! Dat is onbeleefd" zegt papa boos. Ze kijkt hem guitig, glimlachend, met spleetoogjes aan alsof hij een baby is en zij de mama. Ik proest het uit, maar omdat dat pedagogisch niet verantwoord is en slecht voor het vaderlijk gezag doe ik, als volleerde actrice, alsof ik ween. Papa zegt: "kijk nu, mama weent omdat jij zo onbeleefd bent." Moyra kijkt me verwonderd aan en zegt dan: "ma neeeee papa, mama lache doen!" Probeer dan eens een kind op te voeden...
- Ik lig languit in bad, zalig te niksen, zalig te genieten van gewichtloosheid. Moyra zit naast me met dinosaurussen te spelen. "Een koffietje zou me nu wel bevallen" murmel ik halfluid. Zij spitst haar oren, kijkt gebiedend naar de deur en schreeuwt: "papaaaaaa, mama koffie brenge !!!"
Dat kind is al opgevoed!
donderdag 19 januari 2006
Mijn man zegt dat dit stukje hieronder nogal negatief klinkt. Dat was dus niet de bedoeling. En mijn moeder vindt die foto pijnlijk en het stukje niet fijn. Mensen met dieren vergelijken is voor sommige mensen dus niet plezant, onterend. Ik vind dat dus niet. Maar ze lag wel in een deuk toen ik voorover gebogen, Moyra in haar autostoeltje hijste en er ongewild en ongevraagd een charmant prottend protje vanonder mijn jas verscheen. "Ge zit toch echt vol hé, op 't einde." gierde ze. Ja ja....
Iets totaal anders: Ooit die film gezien waar een ontsnapte gevangene in de sneeuw, op een trein, een paar mensen gijzelt? Een vrouw schreeuwt er "you're a beast!!!" en dan die schurk, met een rauwe griezelstem: "I'm worse, I'm human!' . sterk.. (En nu zegt mijn man dat dat daar allemaal niets mee te maken heeft. Waarna hij even nadenkt en dan zegt: "ga je dat nu ook in dienen blog schrijven, dat ik dat gezegd heb?" jaja )
Iets totaal anders: Ooit die film gezien waar een ontsnapte gevangene in de sneeuw, op een trein, een paar mensen gijzelt? Een vrouw schreeuwt er "you're a beast!!!" en dan die schurk, met een rauwe griezelstem: "I'm worse, I'm human!' . sterk.. (En nu zegt mijn man dat dat daar allemaal niets mee te maken heeft. Waarna hij even nadenkt en dan zegt: "ga je dat nu ook in dienen blog schrijven, dat ik dat gezegd heb?" jaja )
woensdag 18 januari 2006

Ik ben een Hijsa en een Plofsa. Ik plof overal neer en hijs me overal in en uit: in bed, uit bed, in bad, uit bad, in de zetel, uit de zetel, ik hijs me van mijn ene zij naar de andere waardoor het bed een ware aardverschuiving lijkt te ondergaan, ik plof me neer op de grond om mijn dochter af te drogen, om op te ruimen, om de krant te lezen, om mijn sokken aan te doen, wat mij bijzonder moeilijk afgaat en hijs me dan weer recht, liefst met behulp van man of kind. Ja, ook mijn dochter trekt mij nu al recht. Ze wil dat, omdat papa dat ook doet en dat moet bijzonder grappig zijn: een tweejarige, kleine pruts die een dikke, walrusachtige dame rechttrekt die minstens 6 keer zoveel weegt. Moest ik niet doen alsof, me werkelijk door haar laten rechttrekken, dan zwiept ze over mijn hoofd de kamer door, patat, tegen de muur
... niet grappig.
Ik ben een vleselijke broedmachine. Mijn lichaam behoort mij niet meer toe, waggelt onder mij door en laat boeren en scheten alsof we in China zijn. Delvoye kan er nog iets van leren. Verteren is een sterk verstoorde nevenactiviteit van dat lijf want het moet ook 40% meer bloed rondstuwen, 10 tot 15% meer lucht inademen, melkklieren aanmaken, liters vruchtwater verversen, samentrekkingen van de baarmoeder tegengaan, mijn bekken verbreden, ligamenten loszetten, er ook voor zorgen dat mijn tanden niet uitvallen en blijven alle dagelijkse dingen doen die het opperwezen, me, myself and I, wil doen, moet doen om geld te verdienen, om me nuttig te voelen, om mijn dagen te vullen en me te amuseren: zaterdag: 10 uur gewerkt; zondag: grote kinderen helpen zoeken naar verloren geld en ondertussen het door mij fel gehate stof verwijderd op alle mogelijke vindplaatsen, 's middags gaan zwemmen voor Vredeseilanden (er ongelofelijk van genoten); maandag: met manlief naar Leuven om er een tweedehands, grotere, gezinswagen te kopen, zo tussen de soep en de patatten en daarna nog eens vier uur les geven tot ik geen pap meer kon zeggen, dinsdag: ouders ontvangen met veel en lekker eten en ondertussen de wieg opzetten zodat die er nu staat, te pronken, te wachten op wat inhoud, op wat binnen een maand, plofsa, uit mijn lijf zal glijden. (Dat zou ik graag hebben, dat hij zo, plofsa, uit mij glijdt.)
Ik ben een dier, een snuffelwezen, een boordevol- instinctding en dat vind ik een eerbare en nobele gedachte. Het maakt me gelukkig even op de aarde te mogen leven, naast de nestbouwende eksters, als zuster van dieren. Als wij 's morgens, in ons bed nog een beetje proberen te slapen met klaarwakkere Moyra tussen ons, giechelend, spelend en springend op haar slaapdronken ouders dan denk ik altijd aan haar, Sultan, onze hond, met haar nest jongen in een mand in de zon, soezend en happend naar dat ene hondje, zoontje, zusje, dat niet, net als de rest, wou slapen. Ik vind het geen beetje beledigend, integendeel.
Straks ga ik mij in de kinderkamer neerploffen en alle opgeborgen babykleedjes besnuffelen, betasten, bekijken op vlekken en onfrisse geurtjes om ze alsnog in de was te doen en klaar te leggen voor dat onbekende, vreemde, kleine broertje, zoontje, kindje, wezentje.
donderdag 12 januari 2006
Ik slaap goed, wat bewijst dat alles went, ook het feit dat er een nieuw, vers, onbekend mensje in mijn buik zit. De vorige keer dat ik dit wonder beleefde was dat wel even anders. Toen had ik de ene nachtmerrie na de andere. Bijvoorbeeld een droom:: mijn kindje kon, net als zovele andere kindjes, onder toezicht, in bepaalde omstandigheden 'buiten spelen'. Ik bedoel écht buiten, vóór de geboorte. Het mocht er even uit. Het bleek een meisje, speels, zwartharig, praatgraag en al in staat om te lopen. Dat vond ik wel raar, had graag voor even een baby gehad, iets wat in mijn armen groeide en niet als een vreemde in mijn leven kwam, maar dat was dus niet zo. Toen was zij opeens veel kleiner, zo klein dat ik ze onder mijn oksel kon steken, maar ik deed dat te lang en ze werd helemaal geel en gezwollen en haar hartslag was 2. "Geen paniek" zei de dokter met toezicht "als je lang genoeg wrijft komt het wel weer in orde." en dat was ook zo. Toen moest het er weer in ???? Ik jankte de ogen uit mijn kop, want hoe kon dat? Hoe zat het dan met die navelstreng? Moest ze die helemaal alleen zien te vinden en aanschakelen en zal ze kunnen leven in zo'n waterzak in een buik? "Geen probleem" zei de dokter met toezicht "dat gaat vanzelf" en toen werd ik, godzijdank, wakker.
Nu heb ik dus niet meer zo'n dromen. Nu weet ik blijkbaar al dat het inderdaad allemaal vanzelf gaat. 'k Ben er gerust in, maar toch.... Nog een maand te gaan en dan mag ik weer de hel bezoeken, en de hemel.
Nu heb ik dus niet meer zo'n dromen. Nu weet ik blijkbaar al dat het inderdaad allemaal vanzelf gaat. 'k Ben er gerust in, maar toch.... Nog een maand te gaan en dan mag ik weer de hel bezoeken, en de hemel.
woensdag 11 januari 2006
Gisterenavond naar 'The Hulk' gekeken: amusant slecht, met ergerlijk domme personages en wreed grappig, vooral dat hij zo modieus groen werd, 'nieuw' groen of 'Bieslook groen' volgens de Levisverfnamen. Kunnen ze later nog een universitaire filmstudie over beginnen: 'De groentinten van de Hulk door de jaren heen.'
dinsdag 10 januari 2006
Vroeger dacht ik dat ‘in blijde verwachting’ zijn dat dat heel letterlijk zo was, dat je dan altijd blij was, dat je hormonen zo hevig je hele lichaamshouding doorspoelden waardoor je hele leven op slag veranderde, dat er dan er zoiets rond je hing als: ‘mij kan niemand raken, ik sta boven alles, ik draag de wereld in me.’ (Dat vertelden sommigen me ook, dat “als je zwanger bent en zeker als je een kindje hebt dan zal heel die carrière niet meer zo belangrijk zijn, dan zal je niet meer zo willen werken, dan heb je iets anders om mee bezig te zijn, dan word je rustig…” Dat vertelden ze me.)
Maar dat is niet zo.
Ik ben wel veel blij en stabiel en rustig en ik draag wel een wereldje in me, maar toch duurt de winter nog altijd te lang, naar mijn gedacht, is België nog altijd te grijs, vind ik, zeggen de mensen nog altijd te veel de verkeerde dingen op de verkeerde momenten, tegen mij en wil ik nog altijd meer, meer, meer.
dus eigenlijk is mijn leven niet zo drastisch veranderd, of wel?
want
’s avonds ga ik altijd vredig slapen met de gedachte dat ik ’s morgens zal wakker worden door het vrolijk gekrijs van mijn dochter: ‘mamaaaaa, mag ik kooomen ?’ (vroeger verlangde ik ’s avonds altijd naar het ontbijt.) Of als ik weg ga dan blijft er toch, altijd iets van mezelf gezellig thuis, bij haar, en valt het op dat ik sneller rij als ik huiswaarts keer.Of als het buiten grijs en donker en nat is, lig ik niet meer futloos, eenzaam in de zetel mij te vervelen, maar kan ik heerlijk verstoppertje spelen tussen de kussens (of wassen en dweilen en eten maken...)
Dat is zo en dat blijft zo. Dat is verliefd zijn, niet zoals verliefdheid op een man, want dat is tijdelijk, hoe passioneel ook, maar toch is het verliefd zijn, als moeder. Dat is, vind ik, toch leven op een hoger niveau, maar toch met seizoenen en ups en downs en piekerdagen en een zware last, een dikke buik, een prachtig kind, een fascinerend vooruitzicht, maar een immense verantwoordelijkheid en angst om wat verkeerd kan gaan en ook dat kan pijn doen.
Dus leven we toch, lief kind, in cirkels.
Maar dat is niet zo.
Ik ben wel veel blij en stabiel en rustig en ik draag wel een wereldje in me, maar toch duurt de winter nog altijd te lang, naar mijn gedacht, is België nog altijd te grijs, vind ik, zeggen de mensen nog altijd te veel de verkeerde dingen op de verkeerde momenten, tegen mij en wil ik nog altijd meer, meer, meer.
dus eigenlijk is mijn leven niet zo drastisch veranderd, of wel?
want
’s avonds ga ik altijd vredig slapen met de gedachte dat ik ’s morgens zal wakker worden door het vrolijk gekrijs van mijn dochter: ‘mamaaaaa, mag ik kooomen ?’ (vroeger verlangde ik ’s avonds altijd naar het ontbijt.) Of als ik weg ga dan blijft er toch, altijd iets van mezelf gezellig thuis, bij haar, en valt het op dat ik sneller rij als ik huiswaarts keer.Of als het buiten grijs en donker en nat is, lig ik niet meer futloos, eenzaam in de zetel mij te vervelen, maar kan ik heerlijk verstoppertje spelen tussen de kussens (of wassen en dweilen en eten maken...)
Dat is zo en dat blijft zo. Dat is verliefd zijn, niet zoals verliefdheid op een man, want dat is tijdelijk, hoe passioneel ook, maar toch is het verliefd zijn, als moeder. Dat is, vind ik, toch leven op een hoger niveau, maar toch met seizoenen en ups en downs en piekerdagen en een zware last, een dikke buik, een prachtig kind, een fascinerend vooruitzicht, maar een immense verantwoordelijkheid en angst om wat verkeerd kan gaan en ook dat kan pijn doen.
Dus leven we toch, lief kind, in cirkels.
vrijdag 6 januari 2006
Gisterenavond dacht ik dat zijn voetje - of was het zijn handje, 't was in ieder geval iets kleins - dwars door mijn huid zou schieten.
Ben toch een beetje bang van dat onbekende kereltje in mij. Moyra verschoof altijd liefelijk, zonder mij te pijnigen, maar hij, die kleine rakker, schopt mijn ingewanden vol bulten.
Twee eksters zitten boven mijn hoofd, hoog in de bomen, kusjes te geven. Ik roep hen dat ze moeten oppassen! Ze weten niet waaraan ze beginnen, alhoewel, ze weten het waarschijnlijk maar al te goed.
Ik heb een innerlijke band met die twee, vooral nu ik terug zwanger ben. Toen Moyra nog mijn ongeboren dochter was, lag ik de eerste drie maanden uren, dagen, weken in de zetel naar een tafereeltje te kijken dat omspannen werd door de vier randen van het raam, drie maanden lang, bijna ononderbroken: twee hoge bomen met hun eksternest in het midden. Ze konden er niet direct in: eerst een bocht langs rechts, landing op de tak onder het nest, één tak rechts naar boven, hup, met een zijwaartse sprong naar links, hup, in het nest. Mama en papa ekster, 100 keer per dag. En dan, hup, eruit, 1 tak rechts, duikvlucht recht naar beneden, optrekken ter hoogte van het muurtje, landing, hup, het bos van de buren binnen, voedsel. Het tafereeltje werd steeds groener. Ieder blad heb ik zien ontluiken en het nest verdween zacht voor mijn pierende ogen in een zee van groen. Nu is alles anders, maar toch weer hetzelfde. Het nest, de bomen zonder blaren, de eksters aan het paren en ik weer zwanger. We leven in cirkels.
Twee eksters zitten boven mijn hoofd, hoog in de bomen, kusjes te geven. Ik roep hen dat ze moeten oppassen! Ze weten niet waaraan ze beginnen, alhoewel, ze weten het waarschijnlijk maar al te goed.
Ik heb een innerlijke band met die twee, vooral nu ik terug zwanger ben. Toen Moyra nog mijn ongeboren dochter was, lag ik de eerste drie maanden uren, dagen, weken in de zetel naar een tafereeltje te kijken dat omspannen werd door de vier randen van het raam, drie maanden lang, bijna ononderbroken: twee hoge bomen met hun eksternest in het midden. Ze konden er niet direct in: eerst een bocht langs rechts, landing op de tak onder het nest, één tak rechts naar boven, hup, met een zijwaartse sprong naar links, hup, in het nest. Mama en papa ekster, 100 keer per dag. En dan, hup, eruit, 1 tak rechts, duikvlucht recht naar beneden, optrekken ter hoogte van het muurtje, landing, hup, het bos van de buren binnen, voedsel. Het tafereeltje werd steeds groener. Ieder blad heb ik zien ontluiken en het nest verdween zacht voor mijn pierende ogen in een zee van groen. Nu is alles anders, maar toch weer hetzelfde. Het nest, de bomen zonder blaren, de eksters aan het paren en ik weer zwanger. We leven in cirkels.
dinsdag 3 januari 2006
Gelukkig nieuwjaar, gezellig kerstfeest, kus, kus, kus, cadeautje, feestje, nog een feestje, naar de Ardennen rijden, daar 56 man incasseren, mijn dochter loodsen door al die benen en handen die haar willen grijpen, knuffelen, kussen, mijn buik achterna, die steeds dikker en dikker en dikker wordt, eten, vreten, drinken, slapen, feesten, vieren, napraten, rijden, rijden, naar oma Oostende, naar opa Oostende, naar oma Torhout, naar opa Torhout, hallo, hallo, kus, kus, kus, winterschoenen in de solden, nog cadeautjes, nog feestjes.....
Druuuuk! Laat mij gerust.
Ik wil nu gewoon wat broeden. en ik heb honger. (Heb nog een lekker chocolademousje gespaard om geniepig, helemaal alleen, nu en dan een klein lepeltje van te eten en mateloos te genieten...)
Druuuuk! Laat mij gerust.
Ik wil nu gewoon wat broeden. en ik heb honger. (Heb nog een lekker chocolademousje gespaard om geniepig, helemaal alleen, nu en dan een klein lepeltje van te eten en mateloos te genieten...)
Abonneren op:
Posts (Atom)