maandag 27 februari 2006



Wat ook zo mooi is aan moeder zijn is dat je de kleine dingen in het leven opnieuw leert waarderen: 4 uur aan één stuk mogen slapen bijvoorbeeld, 2 maal na elkaar. Dat is 8 uur slapen. Dat is een nácht. Dat is wakker worden en uitgeslapen zijn! Of een gewone broek aankunnen, een broek zonder uitrekbare buikstukken, een broek waar je vrouw mee bent, met een taille! Of op je rug kunnen slapen of op je buik, uit je bed kunnen stappen, moeiteloos van je ene zij naar je andere zij kunnen draaien. Dat is allemaal zo fantastisch heerlijk makkelijk leuk!
Ik mag naar huis. Ik mag naar Moyra. Ik mag bij Rudy in een groooooot bed.

zondag 26 februari 2006



Eerst was alles bloed: mijn nieuw kindje, mijn lichaam, de rozebottelthee en de rode krieken bij mijn avondmaal. Alles was bloed.
Nu is alles melk: mijn nieuw kind spuwt melk, mijn lichaam zit vol melk, ik word wakker voor de melk en ga slapen na de melk. Alles is melk. Ik ben moe.
 

vrijdag 24 februari 2006



In het doolhof van naweeën, borststuwingen, genezende knippen heb ik mezelf nog niet teruggevonden. Als ik nu in de spiegel kijk zie ik eerder Pamela Anderson. (maar ik voel me Lolo Ferrari.)
Goran wordt steeds mooier. We groeien naar elkaar toe.

donderdag 23 februari 2006

woensdag 22 februari 2006


5h30 Na een diepe, zwarte slaap wachtte ik en verwachtte wat komen zou: een nieuwe golf van regelmatig terugkerende weeën, steeds heviger, voller, pijnlijker. Ze bleven tijdens het warme bad met koffie, tijdens de knuffels met vrolijke, dartelende Moyra, tijdens het ontbijt met man en dochter en brood met peperkoek en wat appel (want alles wat er in ging moest er later onvermijdelijk uit, wist ik), tijdens het ritje naar het ziekenhuis in de ochtendfile. Daar kroop ik al, steunend en kreunend, langs het handvat tegen het portier op en in het ziekenhuis werd alles nog groter, erger, wreder tot ik kotsend en puffend in de douche zat en de berg bekeek die voor me stond. Ik kende de berg, herinnerde mij nog iedere steen en ik zag het niet zitten. Ik zag het nut er niet van in. Ik dacht en ik zei: “ik zet die berg opzij. Ik heb voor een kind gekozen niet voor een berg” en toen kwamen ze met naalden en draden en pleisters en knoppen, beplakten, bespoten, bekliederden mijn rug rood, staken er naald en draad in en ik voelde mij daar, merkwaardig genoeg, heel goed bij. Rudy kreeg de knop waarmee hij mijn pijn kon verlichten. Dat wou hij toch, mijn pijn verlichten en voor we uitgefascineerd waren over dit wonderlijk staaltje wetenschap had ik al de volle 10 cm opening, nog altijd pijnlijk, maar in mijn geest was plaats voor voelen, blazen, ademen. Ik mocht er weer bij zijn.
11u ‘De verlossing’: twee jonge vrouwen hielpen mij: een vroedvrouw en een stagiaire, één om alles eens te proberen – ook dat kon nu – één om alles met een merkwaardige zelfzekerheid zelf te doen want Dokter Nuradi kwam op ’t allerlaatste en zette zich demonstratief, gemakkelijk op een stoel om te tonen hoe zelfstandig die jonge vrouwen werkten. Dat was ook zo. 


11.44u GORAN



‘man van de berg’ kwam, al krijsend toen hij nog met zijn beentjes in me zat en bleek ook al zo groot, zo écht, zo veel voor me om te vatten. Goran Jacob Goes: een wonderlijk sterk nieuw leven. Zoveel geluk, dat is meer dan een berg. 
 

Het voelt hij leeft, 
hij duwt, beweegt. 
Hij hikt en beeft zacht 
in mijn vlees. 

Hij krijst en hapt, 
hij drinkt gemis. 
Hij kijkt en groeit, 
het blijkt, hij is !    
Goran Jacob Goes
 

’man van de berg’ 

dinsdag 21 februari 2006

Daar zijn ze weer. Iedere namiddag komen ze in rijtjes aankloppen, laten ze mij hoopvol het licht op het einde van de tunnel zien om dan weer netjes tijdens de nacht te verdwijnen, te vervagen, te verslokeren, verslensen, verslunsen voor het maanlicht en de roep van de onzichtbare uilen in het nabij gelegen bos. 'Weeën'. Ik ga wenen. Ik pieker mij dan kapot hoe we het tijdens de nacht zullen regelen, maar zoonlief blijft zitten waar hij zit, kruipt heen en weer en op en neer alsof hij een kamp aan 't bouwen is. Ik geef het op. Vanavond komt hij niet, morgen komt hij niet, overmorgen komt hij niet, overmorgen-morgen komt hij niet. Hij blijft zitten waar hij zit tot ze hem komen halen, denk ik. Hij vindt de uitgang niet. Hij heeft een gps nodig. Hij heeft zijn mama nodig! (Je zou voor minder binnen blijven met zo'n weer.)

maandag 20 februari 2006

Weetje 1, weetje 2, weetje 3...weetje 465 en toch lijkt er niets te gebeuren. Mijn dochter komt heel lief, beteuterd vragen: "ik wil speel met baby in mama buik?"
Mama ook. Mama wil ook speel met baby UIT buik.

zaterdag 18 februari 2006

Weet je wat ik nu wonderlijk vind? Dinsdag sneed ik een schijfje van mijn rechterduim. (Dat doe ik wel vaker, schijfjes van mijn duim snijden.) Het bloed droop eruit en ik kon zonder pleister niets meer doen. Vandaag, vier dagen later, is er enkel nog een klein, gedroogd sneetje te zien. 't Is helemaal dichtgegroeid en 't voelt genezen. Dat vind ik wonderlijk, maar die weeën, die pijn, dat bang afwachten om dan... Laten we eerlijk zijn! Dat systeem is niet goed gemaakt en het is gevaarlijk. Vroeger stierven veel vrouwen in het kraambed en nu  moet er nog altijd geknipt, genaaid, gesneden, gespoten worden, je hebt bijstand nodig wil je er geen blijvende schade aan overhouden. Misschien moeten ze me wel opensnijden! Geef toe, zo'n fantastisch, romantisch vooruitzicht is dat toch niet. De 'natuurlijke gang van zaken' is tegenwoordig meer uitzondering dan regel ook al ben je zo sterk als een paard, beval je zonder verdoving, het loopt zelden, zomaar van een leien dakje. Niet zoals die vrouw waarmee ik ooit sprak: haar bevalling was minder pijnlijk dan haar maandstonden. Ze vergeleek het, ook weinig romatisch, met de pijn van hevige buikloop! Zo zou het toch altijd moeten zijn, maar zo is het niet en dat vind ik toch een beetje zorgwekkend. 

donderdag 16 februari 2006

Vrouwendokter Nuradi zei dat mijn kind nog in mijn keel zit, kwestie van het plastisch uit te drukken. (Hij was beter plastisch chirug geworden HAHAHA) Hij zei ook dat ik op mijn linkerzij moet slapen, maar ik kan niet op mijn linkerzij slapen. Vannacht lag ik dus te piekeren wat het belangrijkste was: slapen of op mijn linkerzij liggen. Ik heb de twee dan maar afwisselend toegepast. Rudy werd er zeeziek van.

woensdag 15 februari 2006

Ik verlang naar pijn, naar hevige, periodieke pijn die blijft duren en mij niet telkens na een half uur in de steek laat, verdwijnt, zodat ik weer helemaal ontspan.  'Omspannen ontspannen' ben ik nu, terwijl ik deze morgen even dacht, even hoopte dat de lijdensweg begonnen was. Komt dat tegen.

Het zou nu nochtans het ideale moment zijn: Moyra is in Torhout, het regent, Rudy is thuis en straks moet ik toch naar de dokter. Het zou ons goedkoper uitkomen mocht hij nu komen, mijn zoontje, boontje, ikoontje. (Dat van dat 'goedkoper' was een grapje.)

dinsdag 14 februari 2006

Ik wou er eens uit en samen met een bezoek aan de West-Vlaamse thuisbasis zijn we de foto's van Spencer Tunick gaan bezichtigen in het Brugs Concertgebouw. Slechter konden ze niet geplaatst worden: in glas, voor vensters zodat je de beelden doorheen de reflectie van de hele stad moest zien te vinden. Toch was het mooi, die vijf exemplaren, ook al had ik er meer willen zien en de film ontroerde mij: die vele blootjes naast elkaar, die enthousiaste blote mensen, door dik en dun en vet en mager en weer en wind, zonder complexen, vriendelijk naast elkaar. Dat vond ik heel ontroerend en ik dacht:  dat zouden we beter eens doen met de hele wereld: in ons blootje in een bootje, maar toen ik 's avonds op tv krijsende, van kop tot teen gesluierde fundamentalistische hysterica's valentijnkaartjes zag verbranden, toen gaf ik de hoop op.  Die gaan dat waarschijnlijk niet willen...

http://www.spencertunick.com/installations.html

woensdag 8 februari 2006

9 maand zwanger: De laatste loodjes wegen mij verschrikkelijk zwaar, maar Rudy zegt dat ik blij mag zijn dat ik geen olifant ben. Olifanten lopen dubbel zo lang met hun kind in hun buik. Dus daar moet ik nu ook al blij om zijn! Maar ik ben een olifant!

vrijdag 3 februari 2006

Wow! Ik kan wel zeggen dat ik nu al wil bevallen, maar toen ik gisterenavond de ene harde buik na de andere kreeg was ik toch een beetje in paniek. "K-19: The Widowmaker' (een razend spannende actiethriller met Liam Neeson en Harrison Ford als ruziemakende Russen in een onderzeeër), had me blijkbaar vreselijk in de ban want de 'voorweeën' verdwenen van zodra de film was afgelopen. In ieder geval: 

Lieve zoon,

Blijf nog even zitten! Ik moet nog op een laconieke manier een moord oplossen vanavond, twee dagen les geven, met de Scriptomanen vergaderen en dan mag je komen, liefst tijdens de week en overdag, kwestie van op tijd een babysit te vinden... 

Veel liefs en tot binnenkort,

 uw moeder

donderdag 2 februari 2006

Mijn ongeboren zoon weegt al 2,7 kg, ligt goed, beweegt goed, heeft geen hazenlip en geen waterhoofd, maar toen we eindelijk eens zijn gezichtje konden zien huiverde ik toch even. Mijn verbeelding schoot tekort om rond die zwart-witte doodshoofdvlekken een sappig, roze babyvelletje te zien. Ik verlang me nu bijna ongelukkig om hem vast te houden, te knuffelen, te zien. 't Zijn ook zo'n troosteloze dagen met die grijze mist, die grijze wolken en de lucht vol stofdeeltjes. Kinderen, ouderen en astmalijders mogen niet naar buiten en geen grote inspanningen verrichten. Ik draag een kind in me, voel me stokoud want kan niet zonder gekreun de zetel uit en ben allergisch aan stof dus ik behoor tot al die categorieën. 

Wat me ook verontrust: Hier vlakbij, in Temse, de gemeente waarvan ik sinds kort deel uitmaak, heeft een heel gezin zichzelf uitgemoord met barbecuevuurtjes en dichtgeplakte ramen en hier vlakbij ook, heeft een bedrijf machines verkocht aan Iran, machines, waarschijnlijk om kernbommen mee te maken, zeggen ze  Hier, vlakbij doen ze dat, terwijl ik rustig in mijn zetel lag (want ik mag geen grote inspanningen verrichten.) Dat is toch anders dan als dat in Erps-Kwerps gebeurt of in Diksmuide of in Neufchateaux.