vrijdag 25 januari 2008

Nep in Las vegas


Ik hou er niet van om ‘randanimatie’ genoemd te worden. Mijn ambities reiken verder dan het levende decor te zijn tijdens mega dure bedrijfsfeestjes waar de besten beloond, de rijksten bewonderd en de diksten gehoorzaamd worden. 20 keer opnieuw kort na elkaar hetzelfde spelen vind ik vreselijk vermoeiend en afstompend, zeker als de omringende mensen het amper lijken op te merken hoe je je best doet om steeds even geloofwaardig over te komen. Hun drankje, hun gsm en hun socialising is dan veel belangrijker.
Maar soms, als de pruiken glamoureus, de kleren feeëriek, de juwelen schitterend en de look fantastisch beloven te zijn..., als ik mij weer in mijn moeders kleerkast waan, met haar verboden hakken en schmink en parels, als mijn dochter tijdens het passen bij Baeyens (kostuumatelier) met grote ogen staat te kijken: “o mama, zo moooooi!” dan kan ik niet weigeren, dan waan ik mij even heel jong en speels en o zo mooooooi! Daarvoor doen wij, actrices, het toch, ook ?

(En, weet je, ik ben met Rudy 16 keer getrouwd in Las Vegas, zonder dat dan ook echt te moeten doen. Schitterend toch? De keer ervoor is hij wel de dood in gejaagd door een al te jaloerse bodyguard van mij. Ook eens leuk. )

maandag 7 januari 2008

Exen

Laten we het eens hebben over Big Brother, Temptation Island, Wie wordt de man van Wendy? Of over dat programma op MTV waarvan mij de naam ontgaan is: een ‘ex-koppel’ wordt getest op de houdbaarheidsdatum van hun ex-zijn. Moeilijk om uit te leggen: twee mensen zijn uit elkaar, maar zijn nog heel ‘close’, onbetrouwbaar close volgens hun nieuwe partners. Die nieuwe partners werden gretig benaderd door het televisiestation om dat te testen. De ex-geliefden mogen een gratis weekendje in elkaars bijna-naakte aanwezigheid bubbelen, drinken, eten, slapen, luieren... Je kent het wel: alle lijfelijke lusten botvieren in lijfelijk stimulerende omstandigheden. De nieuwe partners zitten in minder stimulerende omstandigheden met een watertje en een sneetje bruin brood, hun bijna – net – niet – of –wel overspelige geliefden via verborgen camera te bespioneren. Soms valt het beeld uit en krijgen ze enkel klank, soms zien ze alleen ‘schematisch’ de plaats van hun geliefde ten opzichte van de andere. Je moet het gezien hebben om het te geloven. Die exen blijken dan natuurlijk echt wel close te zijn, maar je weet nooit of ze ‘het’ doen. ’t Is Amerika: alles kan, maar net niet helemaal. De borst kan, maar niet de tepel, de bil kan, maar niet te bilspleet, wel als er een touwtje tussen zit. (een string welteverstaan!)

Wij kijken daar soms naar. Wij, Rudy en ik. Wij hebben niet de minste interesse in dit soort blote billen, ophitsende, pseudo-erotische gedoe, integendeel. Wij vinden het decadent en laag en stom.
Dat vind ik toch.
En dat vind Rudy ook, hoop ik.
Toch heb ik niet het karakter om van dit voyeuristisch, populistisch programma weg te zappen, integendeel. Ik verspil er soms kostbare tijd aan. Ik moet zelfs bekennen dat ik het amusant vind, grof amusant, wreed geestig en gezellig choquerend. Weet je wat het lekkerste moment is? Achteraf moeten die mensen dan kiezen: voor hun oude of voor hun huidige partner. Het wordt natuurlijk pas echt leuk als die keuzes verkeerd blijken te zijn. Als zo’n ex zijn/haar ex terug wil, maar die andere ex hem/haar afwijst. Dan is zo’n ex alles kwijt: zijn/haar ex en zijn/haar huidig. Dan zie je die del/dummie afgaan en daar zit je toch net op te wachten. Dat is wreed. Dat zou ik niet mogen doen. Dit is nu net het amorele aan zo’n programma. Koppels bewust uit elkaar proberen te halen omwille van de kijkcijfers is voor mij veel bruggen te ver, ook al gaat het om domme koppels.

Waarom kijk ik dan? Wel, ik heb een professionele reden om dit zootje ongeregeld te aanschouwen. Ik wijd er diepgaande, filosofische discussies aan. Met mijn man, Rudy. (Die dan ook zit te kijken nadat ik een half uur alleen heb zitten giechelen afgewisseld met gemeende uitlatingen van verontwaardiging.)
De vraagstelling luidt: is dit nu echt of is dit gespeeld? Daar zijn we mee bezig als acteur. Het is onze beroepsplicht. Het is, voor ons, een soort onderzoeksmaterie: speelstijl versus realiteit. Ik ben er al uit. Rudy niet. Volgens hem zijn dat allemaal acteurs, volgens mij niet. Nee, ik ben niet naïef. Ik heb daarover nagedacht en vind mijn argumenten zelfs voor publicatie vatbaar.

Ten eerste zie ik niet in waarom een jonge, meestal niet onaardig uitziende acteur zich daaraan zou verbranden. Dit kleine rolletje zou hem namelijk voor de rest van zijn leven belemmeren om iets anders te doen, want dan zou hij zichzelf als acteur ontmaskeren. Daar zouden de programmamakers dan alles tegen doen, exclusiviteitcontracten voor betalen, zwijggeld, chantage, moord. Dat maakt zo’n programma helemaal niet meer rendabel terwijl zo’n programma net gemaakt wordt omdat het goedkoop én rendabel is.

Ten tweede: acteurs kosten geld, veel geld. Dus: niet goedkoop, noch rendabel.
Ten derde: hoe je het nu draait of keert: de emoties die getoond worden als zo’n griet/bink bedrogen wordt of afgewezen of versierd, die emoties die zijn echt wel geloofwaardig. Het zit hem in de details: in het knipperen met de ogen, het blozen, het pijnlijk incasseren van iets onverwachts. Het zou mij toch sterk verwonderen dat er zo’n grote hoop onbekende acteurs bestaat die dit soort van geloofwaardigheid zo moeiteloos kan produceren terwijl zoveel acteurs op dat gebied zo vaak de bal mis slaan in veel duurdere, veel meer gerepeteerde televisieprodukten.

Waarom denken dan zoveel mensen dat dit geacteerd is? Omdat het zo onwaarschijnlijk is dat mensen zo vaak, zo hevig en vooral zo vrijwillig zitten te snotteren voor een publiek van minstens een miljoen onbekenden? Omdat het zo geacteerd lijkt, zo erover, zo stom, zo kwetsbaar? Omdat Wendy Van Wanten zich toch zo niet kan zijn: zo ergerlijk, zo ongegeneerd, zo open en truttig huilend pratend tegen een grafzerk over haar nieuwe pasverworven geliefde? Natuurlijk is ze zo, maar natuurlijk is het ook geacteerd! Het grote verschil met acteurs is dat mensen in dat soort van reality-soaps zichzelf spelen. Die mensen acteren hun eigen leven en wees maar zeker dat ze hebben gerepeteerd: als kind al. Je kent het toch: een kindje valt en brult het uit van de pijn: open mond, triestige ogen die ondertussen gretig zoeken naar publiek. Dan komt mama met open armen en dan is alles goed. Ze worden getroost, gekoesterd en krijgen aandacht, veel aandacht. Maar kijkt er niemand dan is het verdriet snel over of wordt de aandacht getrokken door iets anders, dan vergeten ze het huilen een paar seconden om later met evenveel passie en pijn het huilen te hervatten. We hebben het allemaal wel eens gedaan, maar gaandeweg leren velen onder ons dat dit niet zo’n goeie manier van aandacht vragen is. We leren dat het een beetje kinderachtig is, dat we sterk moeten zijn en flink. Dat we alleen mogen huilen als het écht pijn doet. Dat je gevoelens niet uitbuit. Maar sommigen onder ons kunnen het blijkbaar niet laten, integendeel. Ze huilen graag als anderen kijken en als andere kijken dan huilen ze, of schokkend snikken ze, is ook mooi, of traag één traan over je wang laten rollen dat maakt een vrouw zo tragisch, zo beminnelijk, zo.. uit een film weggelopen, net een filmster. En sommigen denken dan: Jezus, wat is dit kinderachtig, dat kàn toch niet, maar zij, de drama-queens en snotterjongens zien dat niet zo. Ze zijn verblind door hun eigen huilende schoonheid en vooral, ze denken ons te hebben waar ze ons willen hebben: aandachtgevend, vol medelijden en met open armen.

Het is een vreemde, misschien wel onschadelijke vorm van narcisme, maar wat mij daarbij wel verontrust is dat er zoveel mensen rondlopen met deze kwaal en ook: waar zijn hun mammies?