Ik moest op een stuk matras staan, bovenop een blokje hout, bovenop een tafel met mijn statief met micro om 'de Marbellodiamanten' te spelen. De kinderen konden mij anders achteraan niet zien, zeiden ze. Dat kwamen ze me zo midden in het stuk vertellen en toen zetten ze die stelling voor mijn neus. "Ga daar maar op staan!". Het was daarboven heel wankel en ik viel er voortdurend af en omdat het uur voorbij was en de kinderen terug naar de les moesten liepen ze zomaar, midden in mijn spel, de zaal uit. Kwaad dat ik was! Ik liep hen achterna, dwars door de refter waar de tafels al waren gedekt met veel glazen. Tijdens het passeren keilde ik er een paar doelbewust tegen de muur, zo kwaad was ik. Woest! Toen werd ik wakker.
Het werd toch een mooie, felle, wilde voorstelling in Haacht, ook al waren er deze keer veel kleine etterbakjes die "néééééééé!" riepen als het "jaaaaaaa!" moest zijn of "awoeoeoe" als ze moesten applaudisseren: dwarse, gefrustreerde etterbakjes van 9, hunkerend naar aandacht. De andere drie vierde van de zaal moest wreed zijn best doen om dat kleine groepje te overstemmen wat de voorstelling des te spannender maakte. Veel kinderen kenden al de liedjes en zongen luidkeels mee, tenminste dat ene zinnetje dat telkens terug kwam. Nu ja, 'zingen'. Het was meer schreeuwen, tieren, gillen:
"k Weet niet wat er met me is!!!!! Het is soort, een soort gemis!!! Voor wat niet is, maar wel zou kunnen komen! Of blijft het steeds bij droooomen ????"
(Op't einde gaat dat zo op en neer: dro- oo- men, maar zo zongen ze dat niet. Ze zongen: drOmen ! Heel Romantisch. Ik voelde me precies een popster.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten