Ik had me mijn loopbaan helemaal anders voorgesteld, maar dat zal wel zo zijn voor de meesten van ons. Toen ik afstudeerde als 'meester in de dramatische kunsten' (kortweg actrice) dacht ik er niet aan om in soaps mee te spelen of laat staan mijn gezicht te verkopen voor reclamefilmpjes. Ik wou alleen artistiek verantwoord, professioneel kwaliteitswerk doen. Binnen de twee jaar al verloochende ik mezelf voor het vuige geld, het broodnodige geld, maar vooral voor de broodnodige ervaring. De kans dat je meteen aan de betere televisieprogramma's mag meedoen is slechts voor een handvol actrices weggelegd, maar er zijn er 100en die het zo graag willen. Ik ook. Ik hou er van om voor een camera te acteren dus liet ik me vrij snel overhalen en zocht er de gepaste argumentatie bij: 'Beter dat dan doppen en op kosten van anderen te moeten leven; Als ik moet schoonmaken of opdienen dan kraait er geen haan naar, maar toch maar liever in een soap of iets dergelijks spelen en er nog iets van leren, ook al ziet de rest van Vlaanderen mij afgaan.' Kortom: 'Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.' Maar waar ligt de grens? Hoe bepaal ik die voor mezelf? Wanneer maak ik me echt onomkeerbaar belachelijk? Ik pieker er mijn hoofd tot barstens toe op. Eén keer kreeg ik de kans om op een ongelooflijk stompzinnige manier 'fantastisch!' te roepen met in mijn handen een steriel glimmende ovenschaal. Toen ze me belden dat ik gecast was, maar dat ze me nog eens wilden zien betrapte ik mezelf erop dat het kleinste uitvlucht goed genoeg was om niet te gaan. Zo zou ik mezelf niet voor de keuze moeten zetten. Dat uitvlucht heb ik dan ook gevonden. De tweede keer lieten ze me een contract tekenen waarin ik de toelating gaf om onder mijn Colgate-glimmende-tanden-grijns mijn eigen naam te laten zetten mét mijn beroep. Dat laatste zou wel iets anders moeten zijn dan actrice, want de mensen geloven actrices niet... Ik ben het afgetrapt en was er een dag niet goed van: twee dagen betaald reizen naar Praag en een dubbel maandloon moest ik door mijn principes laten varen en er kwam niets voor in de plaats behalve mijn dierbaar restje eergevoel. Gisteren vroegen ze me het weer: een casting voor een wasprodukt. Dat zou - zoals in alle andere typische wasprodukten-reclamefilmpjes - het belangrijkste probleem in een vrouwenleven worden en de mooie kleuren van haar kleren. Ik heb er uren over gedaan, werd er ongelukkig van, heb mezelf met alle mogelijke voor- en tegenargumenten bekogeld om die ene zin richting castingbureau te sturen: "nee, ik doe het niet." omdat ik mezelf nog een beetje in de spiegel zou kunnen bekijken zonder in een schaterlach uit te barsten: "Kijk, die dwaze van Woolite!"
Maar toch voel ik mij er geen beter mens door, armer wel.
Het is een onrechtvaardige keuze.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten