dinsdag 20 december 2005


Nog exact twee maanden te gaan en dan zou het zo ver moeten zijn, dan zal ik -misschien, hopelijk- mijn nieuwgeboren zoon op mijn buik mogen leggen en alles vergeten wat er mij nu, de afgelopen dagen, de komende dagen, de komende weken allemaal te beurt is gevallen, valt, zal vallen...en dan valt het nog allemaal mee. Ja, het leven valt mij zwaar. Ik verlang naar mijn bevalling!

Ik zweer je, als je elke vrouw over het zwanger-zijn zou inlichten aan de hand van één dag  waarin ze eens mag proeven van alle kwalen, ongemakken en pijnen die ze tijdens de zwangerschap en de bevalling, verspreid moet verdragen dan liepen we met de ganse vrouwelijke bevolking met de benen stijf tegen elkaar geplakt, slikten we alle pillen die op de markt te verkrijgen zijn en liepen we permanent verpakt in multifunctionele all-round condooms. Geen spermacel die ons nog zou bereiken! Gelukkig gebeurt dit niet. Gelukkig wordt sperma geleverd zonder bijsluiter. Gelukkig vergeten we veel pijn en moeilijke periodes en gelukkig krijg je voor dit alles - meestal- iets ongelofelijks, onschatbaars, wonderbaarlijks terug, maar als ze zeggen dat ik niet mag klagen want 'ik heb er voor gekozen' dan krijg ik het er toch van. (Ook niet verwonderlijk dat zo'n  uitspraken meestal uit de mond van mannen en kinderloze vrouwen komen.)

Bij deze klaag ik toch even wél, want de wereldbevolking is mij iets te groot aan het worden. Momenteel heb ik namelijk het gevoel dat mijn zoon niet als een wormpje opgerold in foetushouding ligt, maar als een schoonspringer in duikvlucht gestrekt: zijn poezelige handjes in kramp rond mijn blaas of graaiend in mijn onderbuik, de strontjes verhinderend die aldaar willen passeren, zijn voetjes lief nijdig stampend in mijn maag zodat ik om de haverklap kotsmisselijk wordt, zodat ik vannacht een half uur de witte pot mocht omhelzen en 's avonds heerlijke gulpen brandend maagzuur door mijn keel voel stromen. Soms lijkt hij ook wel een steen van minstens 20 kilo. In de supermarkt kreeg ik het zaterdag aan de kassa zo kwaad dat ik voorovergebogen, met mijn hoofd op mijn kar ben gaan liggen. Het kon me weinig schelen dat ik er vrij lomp uit zag: de dikke dame moest haar buik even laten hangen. Ons zondags bezoek heeft het wel geweten: de taart was aangebrand, ik had kalkoenfilets mee in plaats van eendenborst (voor iedere liefhebber van eendenvlees, een niet te vergeten blunder) en de eerste twee ladingen kroketten bakten helemaal open (wat in huiselijke kring 'friezels' wordt genoemd.) Daarbij komen nog: sporadisch opduikende oorsuizingen, lage bloeddrukaanvallen met daarmee gepaard gaande hartkloppingen en vreselijke jeuk aan benen en onderarmen. De ongemakken van de eerste drie maanden laten we hierbij achterwege aangezien mijn man en ik hieraan niet willen herinnerd worden. Laten we het samenvatten door te stellen dat dankzij de vreselijke complexiteit van een scheiding onze relatie het toch heeft overleefd. 

Maar...

Ik vlij mij nu meestal neer in onze zetel om er heel lang niet meer uit te komen en wordt verwend door dochterlief die boekjes brengt om uit voor te lezen, die mij toedekt met kusjes en deken om 'slape te doen', die mij amuseert met gekke grimassen en nieuw uitgevonden woorden (een stoeltjepadje is een paddestoeltje, een lilpadje is een schildpadje) die zich met haar felsje (flesje) naast mij vlijt en al slokkend zacht mijn haren uit mijn gezicht streelt, haar armpjes rond mijn hals legt en zegt: "kom us ieieier." en dat is het toch wel allemaal heel veel waard...

Geen opmerkingen: