woensdag 6 februari 2008

Spiegeltje spiegeltje

Ja, het is toch al een beetje aan mij te zien: de tol van de tijd en de stress, de vele onderbroken nachten, de talrijke wasbeurten, de zepen, de Dettol en detergenten, kortom het ‘grondig’ leven met kinderen. Dat zet zich vast, in beperkte mate weliswaar, maar onmiskenbaar en onomkeerbaar. Ik zie het vooral aan mijn handen en mijn gezicht: fijne, geniepige rimpeltjes, eczema, kleine kloofjes, een slapper wordende huid, donkere kringen en dieperliggende ogen. Dingen die ik liever niet zie, maar veel te veel bekijk. En hoe? Met mijn neus tot tegen de spiegel scan ik ieder riviertje en heuveltje en iedere anomalie moet er met spits - en wrijfwerk aan geloven. Ik besteed fortuinen aan zalfjes, scrubs en peelings, maar helaas. De tijd is ongenadig en weinig beïnvloedbaar door rijkdom. Het lijkt nochtans zo simpel: puistje duwen, etter weg, puistje weg. Niets is minder waar. Droge huid met schilfers, een beetje vet erop, droge huid weg. Niets is minder waar. Wallen onder de ogen, wat slapen, wat anti-wallen crème, wallen weg. Niets is minder waar. Die dingen leiden hun eigen leven! De kloofjes op mijn knokkels hebben al teveel van die producten gezien. Ze beschimmelen ervan en als ik mijn gezicht te lang aan deugddoende zonnestralen bloot stel (nee, nu niet, maar in de zomer !) verschijnt er een zee van minuscule bobbels op mijn voorhoofd. Daar wordt een vrouw lichtjes geïrriteerd van. Waarom verschijnen trouwens die lelijke dingen telkens op het gezicht: de mee-eters, de gerstekorrels, de rimpels? Waarom zoeken die geen plaats ergens op mijn voetzolen of op mijn achterwerk? Daar is plaats genoeg en dat is buiten het gezichtsveld van ... de meeste mensen, mezelf incluis. Waarom net daar, op mijn meest gefotografeerde, meest geëtaleerde boodschap-overbrengers ?
Ja! Ik weet het, ik weet het. Zo slecht ben ik er niet aan toe. Een vrouw in de bergen, een drankverslaafde kettingrookster lijkt vaak jaren ouder dan ik. Mijn lichaam is trouwens vrij behoorlijk hersteld na het dragen en baren van twee kinderen. (De vreetpartij rond mijn 17e heeft meer schade aangericht.) Maar wat meer is: de meeste mensen bekijken mij niet zo dicht als die meedogenloze spiegel! Helaas. Ook dat is niet altijd waar. Jana, mijn stiefdochter van 12, zei ooit: “Weet je Becca, de eerste keer dat ik jou zag had jij een puist ... dààr!” en ze wees met haar kleine spitse vinger ongegeneerd naar het midden van mijn naakte wang.
Zucht.

Geen opmerkingen: