





Moyra zegt: Ik zag grote donkere gaten waar dode mensen in gelegen hebben in bossen boven op prachtige heuvels. Die gaten waren hééééél oud, zeiden mama en papa. En toen liepen we door gangen in de tufsteen uitgehakt, hééééél lang geleden, zo smal dat er amper licht binnenkwam. Daar was het lekker koel en er groeiden planten die nergens anders groeiden. Ook heel lang, waren die gangen. Mijn beentjes werden er moe van, maar ik moest flink zijn, zei papa. Toen was ik een prinses in een gewoon oud kasteel met veel gangen en goud. Daar hingen prenten aan de muren met engelen die met speren mensen doorboorden met horentjes en bokkenpoten. Ook Goran stond op die prenten, met vleugeltjes en blonde krullen. Hij lag in de wolken. Ik zei: "Dat kan toch niet, boven op een wolk zitten?" en mama zei: "nee, eigenlijk kan dat niet." maar ze vertelde verder over duivels en engelen en god en goed en leek het zelf ook voor de eerste keer te zien, hoe wreed en vreemd die prenten waren. Er hingen ook kleren voor mannen! Voor de pestkop. "De pestkop?" zei mama. "Ja, de pestkop. " zei ik. "De bisschop!" zei ze toen en mompelde iets als "ach, dat is eigenlijk hetzelfde." En Jezus! Wel honderd maal heb ik Jezus gezien, met wel honderd verschillende gezichten. Groot en klein en dood en levend en stervend en weer dood en levend klein. Iedere keer toen ik mama vroeg: "wie is dat?" Zei ze dat is Jezus. Of Maria, altijd aan het wenen. Eén keer heb ik ook zijn papa gezien: Jozef. Ze zei ook dat mensen bidden in die kerkjes en toonde het voor en vroeg meteen nieuwe schoenen aan Jezus. Nu heeft ze nieuwe schoenen, maar papa ziet ze niet graag net als haar nieuwe rok. Hij zegt dat ze er seutig uit ziet en daarom draagt mama nu extra veel die rok en die schoenen. We zaten ook in het warme water van een waterval die naar zwavel rook. Het water stroomde in witte, grillige badkuipen en het was zalig bij de ondergaande zon in een warm bad zitten. Toen we daarna terug naar ons vakantiehuisje reden moest ik overgeven. Dat deed ik netjes uit het raam van de rijdende auto die toen vol spaghettisaus hing. Mama was niet kwaad. Ze kreeg de slappe lach, maar papa vond dat niet grappig. Hij zei wel dat ik flink was. De volgende dag hebben we toen een beetje gerust: in en uit het zwembad met plastic gras er rond. Mama en papa vonden het af-schuwe-lijk. Ik vond het vooral warm aan mijn voeten. We hebben nog veel gezien in Italië. Nu zijn we terug thuis. Ik vind het prima, maar mama lijkt terug te willen. Ze heeft het koud, zegt ze en haar hoofd doet pijn en haar keel. Ze wil in het vervolg langer op reis en niet meer in een vakantiehuisje met plastic gras er rond. Ik heb gezegd dat ze flink moet zijn.
Moyra
Geen opmerkingen:
Een reactie posten