maandag 11 september 2006

Een stukje toen:11 september 2001

Een ramp, een catastrofe, oorlog,  Apocalyps Now, krantenkoppen, beelden van vallende wolkenkrabbers en opnieuw en opnieuw en opnieuw. Ze zakken neer in puin en rijzen uit het stof opnieuw de hoogte in, staan er als fiere dames tot dat vliegtuigje, dat steeds hetzelfde bochtje maakt, zich als een mes in de flanken boort. Ze zakken kreunend weer in, allebei, na elkaar in een wolk van grijs en op en neer en op en neer: dansende WTC–torens. In onze verbeelding zien we de mensen daar binnenin die gebouwen en binnenin dat vliegtuig, de paniek, de chaos en zij aan het stuur die met volle overgave het tuig de dood insturen. Maar boven alles zien we al dat 'gelijk'.

    Diegenen die met getrokken messen een heel vliegtuig machtig maken zijn er vast van overtuigd dat ze de mensheid een dienst bewijzen. Ze hebben zelfs zoveel gelijk dat ze hun leven er voor over hebben. Dat moet toch heel veel gelijk zijn? En diegene die als een cowboy met spleetogen over God aan his side en revenge en justice spreekt krijgt ook al zoveel gelijk en die mensen in Palestina die dansen op de straten omdat het nu die vreselijke ‘anderen’ zijn die in het stof moeten bijten hebben ook al gelijk en op het nieuws: professoren en ex-ministers van buitenlandse zaken en journalisten met allemaal hun eigen hypotheses en voorspellingen, met allemaal hun gelijk en wij, die wenen bij de beelden, die hoofdschuddend weten dat het niet goed is wat daar gebeurt, streven ook al naar ons gelijk en ondertussen gaat die mallemolen maar door en op en neer en op en neer en goed en kwaad en goed en kwaad en goed en kwaad en de goden...? De goden, Allah, God en al die anderen ...waar blijven ze nu met hun Apocalyps? Ik hoop dat ze ons nog altijd het voordeel van de twijfel geven.

Geen opmerkingen: