zondag 2 maart 2008
prinsen en prinsessen
Daar stonden ze opeens, nog geen 5 meter van mij verwijderd: voltallig, in een rijtje, precies voor op de foto: prins Filip, prinses Mathilde, hun zoontje en ‘t dochtertje. Nietsvermoedend was ik de niet onaardig ogende bodyguard gepasseerd, een man in deftig pak voor één of andere deftige bedoening, dacht ik. En nietsvermoedend stond ik met mijn collega’s en mijn directeur te babbelen. Zij leken daar al even nietsvermoedend niets te doen, dacht ik. ‘t Was feest op school en ik bracht de broodjes naar de plaats waar er gedanst zou worden. En toen, patat: daar stonden ze. Mijn collega’s leken in het niets te verdwijnen en ook al is mijn interesse voor het koningshuis nihil te noemen, ik voelde hoe mijn pupillen zich automatisch verwijdden en het deftig tafereeltje scanden in die paar luttele seconden dat ze daar voor mij leken te poseren: Zij lachtte, hield haar handen beschermend om mijn ... ik bedoel haar dochter, die blond en verlegen bloosde, naast haar broertje, net Goran, even oud en even schattig in hetzelfde jasje, ik bedoel allebei die kleintjes in hetzelfde rare, ouderwetse, bruine jasje en Filip leek geschminkt, zo bruin, of was hij wezen skieën? En zij was zwanger, dacht ik te zien. (Stond dat in de boekjes, dat ze opnieuw zwanger was?) Ze kwamen nader, want Elisabeth zou mee dansen, net als al die gewone, moderne kindjes die daar haastig vanuit het gangpad weg getrokken werden door moeders met al even grote pupillen als ik. Ik bleef scannend staan en zag mijn directeur, deftig, haastig de koningskinderen naar mij toe leiden. Maar ik week niet. Ze konden mooi langs mij passeren, dacht ik, nietsvermoedend. Maar nee, prinsenkinderen mogen dan wel in doodnormale scholen dansen, ze nemen niet dezelfde wegen en zeker niet dezelfde ingang ... die lag achter mij. Dat begreep ik pas toen ik Filips bruine overjas (assortie met zijn gezicht) met mijn neus kon voelen. Ik deinsde achteruit, verlegen om zoveel lompigheid (vooral ten opzichte van mijn directeur). Gods wegen zijn echter ondoorgrondelijk want daar achter mij, had hij een paal voorzien die mij aardig de uitwijkmogelijkheid versperde. Om dat uitverkoren gezin de weg vrij te geven moest ik dus vier meter de andere kant op. Vier meter in hun volle zichtbaarheid, vier meter onhandig struikelen met benen gehuld in groen en zwart gestreepte kousen. Die staken fel af met die bruine protocol-jasjes van vader en kinderen en ik vroeg mij af, terwijl ik excuserend overliep, wat Mathilde daarvan zou denken, van die kousen....
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten