dinsdag 9 oktober 2007

Armzalige speler


Gisteren promotioneel ‘Ma, Pa...puinhoop!’ gespeeld in het cultureel centrum van Tongeren in Cc De Velinx. Dat is een grote zaal, een immense zaal. Voor mij, klein, nietig schoolactriesje leek het wel het sportpaleis, maar zo goed als leeg. Er zat 25 man en een paardenkop. We hadden ook zoveel plaats om te spelen. Ons decor, gemaakt voor kleine zalen verzonk in het grote zwarte gat van een podium zo groot als een voetbalveld. Zo leek het toch. En ik, vanbinnen, zat vol: slecht geslapen, donkere dromen, triest om echtelijke ruzies, de herfst, de mist. Dat zat allemaal binnenin me. Grote gevoelens in een grote zaal. Daar kon ik zoveel mee doen, daar kon ik grote woorden mee kwijt.
Ik zat daar, middenin dat stuk, middenin die grote zaal op mijn bankje, Gothic, koolzwarte ogen, aangetroeteld tot duistere elf, in een baken van licht, triest, ineen gezakt want mijn vriendje was er vandoor. Klaar om:

“Zijn, of niet zijn, dat is de vraag.
Wat is nu nobeler: verdragen dat
het blinde lot je krabt en bijt en schopt,
of vechten tegen zeeën van ellende,
en vechtend omkomen? Sterven - slapen,
niets meer. Als dan die slaap het einde is
van hartzeer en de duizend pijnen die
een mens moet dragen, dan is het een slot
om voor te bidden. Sterven, inslapen....”

of

Morgen en morgen en morgen
kruipt in zijn slakkengang van dag tot dag
tot aan de laatste lettergreep van het boek van de tijd
en elke dag van gisteren hebben narren
ons voorgelicht op de weg naar de dorre dood.
Uit, uit, stompje kaars!
Het leven is niets dan een wandelende schaduw,
een armzalige speler die op het toneel
zijn uurtje puft en kwaakt
en dan hoor je hem niet meer. Het is een sprookje
verteld door een idioot
vol gebral en geraas dat niets betekent.

Maar mijn moeder komt op.
Ik moet opspringen en zeggen : ...

“en? ... Wat zeiden ze op het politiebureau?”

Geen opmerkingen: